BinnenlandTweede Wereldoorlog

Oorlogsmusea: Archieven Tweede Wereldoorlog sneller openen

Veertien grote oorlogsmusea pleiten voor volledige openbaarwording van de belangrijkste archieven over de Tweede Wereldoorlog.

Rianne Oosterom, Trouw
26 February 2025 21:08
Dossiers van Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in het Nationaal Archief. Musea pleiten ervoor dat de archieven met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog sneller openbaar komen. beeld ANP, Jeroen Jumelet
Dossiers van Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in het Nationaal Archief. Musea pleiten ervoor dat de archieven met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog sneller openbaar komen. beeld ANP, Jeroen Jumelet

Ook als hierdoor mogelijk de privacy van nog levende personen wordt geschonden. Dat terwijl het grootste oorlogsarchief van Nederland (het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging) vanwege privacyzorgen niet openbaar mag worden.

Dat schrijven de musea in een brief aan minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). Hun oproep is een wanhoopskreet, omdat de musea bang zijn dat een snelle openbaarwording van deze archieven verder weg is dan ooit. Terwijl nabestaanden die bij hen aankloppen met vragen over oorlogsslachtoffers vaak al op hoge leeftijd zijn.

De brief is ondertekend door de herinneringscentra van de voormalige concentratiekampen, zoals Vught en Westerbork, door Nationaal Monument Oranjehotel, het Verzetsmuseum en het Joods Cultureel Kwartier (waaronder ook het nieuwe Holocaustmuseum valt). De Oorlogsgravenstichting en Liberation Route Europe ondersteunen de oproep.

De musea zijn bang dat de privacyzorgen over het grootste oorlogsarchief (het CABR) leiden tot vertraagde openbaarwording van andere, onbekendere slachtofferarchieven. Denk aan kampkaarten, met persoonlijke gegevens van kampgevangenen, de cartotheek van de Joodse Raad, of het archief van het Rode Kruis met informatie over in de oorlog vermist geraakte personen.

Het gaat om tientallen collecties, die bijna allemaal nog jarenlang beperkt openbaar zijn volgens de Archiefwet. Dat betekent dat ze alleen onder restricties zijn in te zien, na een onderbouwd verzoek om inzage. Dat is volgens de musea niet meer uit te leggen, omdat bijvoorbeeld de Nederlandse kampkaarten al wel online zijn gezet door de Duitse Arolsen Archives.

We kunnen het ons niet veroorloven om veel tijd verloren te laten gaanEllen van der Waerden, directeur van WO2Net

„Er waren juist inspanningen om deze archieven eerder openbaar te maken”, zegt Ellen van der Waerden, directeur van WO2Net, een innovatiecentrum op het gebied van kennisoverdracht over de Tweede Wereldoorlog en een van de ondertekenaars. „Maar na het debat over het CABR is dat verder weg dan ooit.”

Minister Bruins besloot eind vorig jaar het oorlogsarchief CABR, met dossiers van vermeende collaborateurs, niet openbaar te maken. Dat deed hij na een waarschuwingsbrief van de Autoriteit Persoonsgegevens, de privacywaakhond van de overheid. Die vreesde voor de privacy van enkele mogelijk nog levende personen die in de dossiers voorkomen.

Geen tijd te verliezen

De houding van de AP werkt „zeer belemmerend voor de doelstellingen, slagkracht en reikwijdte van onze sector”, staat in de brief van de musea. Dus bekennen zij kleur: liever alles zo snel mogelijk openbaar, zodat ze nabestaanden beter kunnen helpen en nieuwe informatie en perspectieven kunnen verwerken in hun tentoonstellingen.

„We kunnen het ons niet veroorloven om veel tijd verloren te laten gaan. Niet waar het gaat om de omvangrijke taak die wij als herinneringssector hebben in het goed overbrengen van de oorlogsgeschiedenis aan jongeren”, staat in de brief die afgelopen week op de mat van minister Bruins viel.

En de privacy dan? In de andere oorlogsarchieven zitten volgens Van der Waerden mogelijk nog wel persoonsgegevens van een kleine groep nog levende personen – al verschilt het wel per archief om hoeveel mensen dit zal gaan. Denk aan de gegevens van een onderduikkind in het Rode Kruis-archief, dat tachtig jaar later nog leeft.

Grote gevolgen

Het openbaar maken van deze gegevens ligt, denkt zij, iets minder gevoelig dan het CABR, omdat dit archief over collaboratie gaat. Van der Waerden: „Tegelijkertijd zit ook in deze archieven veel pijnlijke en gevoelige informatie, die bij openbaarmaking veel nadrukkelijker in beeld zal komen”. Bijvoorbeeld gegevens over ziekten in concentratiekampen, of doodsoorzaken.

Toch is dat geen reden om de archieven maar op slot te houden, vindt zij. „Als we heel terughoudend worden in het openbaar maken, onttrek je informatie aan het maatschappelijk debat over de Tweede Wereldoorlog, dat tegenwoordig toch vooral digitaal wordt gevoed.”

De brief van de oorlogsmusea komt boven op de noodkreet van de archivarissen van Nederland. Zij voorspelden in december in deze krant al dat de houding van de Autoriteit Persoonsgegevens „catastrofale gevolgen” zou hebben voor de openbaarheid van andere oorlogscollecties.

Een woordvoerder van minister Bruins laat weten dat het ministerie graag met de briefschrijvers in gesprek gaat „en het belang begrijpt waar zij op wijzen”.

RD.nl in uw mailbox?

Ontvang onze wekelijkse nieuwsbrief om op de hoogte te blijven.

Hebt u een taalfout gezien? Mail naar redactie@rd.nl

Home

Krant

Media

Puzzels

Meer