Mens & samenlevingBiblebelt Canada 

Hoe gaat het met de refo’s in Canada? Over harde werkers, Snuf de hond en „koffie met gebakkie”

Tussen de Nederlandse reformatorische gemeenschap in Canada en het oude vaderland bestaan nog altijd banden. Hoe gaat het met de refo’s overzee? Een week rondreizen levert een beeld op van een hechte zuil met harde werkers. ”Snuf de hond” en oliebollen herinneren aan Nederland. Kerkelijke verdeeldheid doet dat helaas ook.

Sfeerbeeld van hooggebergte met een autoweg op de voorgrond.
De Rocky Mountains in Canada, tussen de provincies British Columbia en Alberta. beeld Getty Images

Canada is groot en weids. Dat is –niet verrassend– mijn eerste indruk van dit dunbevolkte land aan de andere kant van de oceaan. Het is te begrijpen dat Nederlandse emigranten er na de Tweede Wereldoorlog het land der belofte in zagen. Al werd hun wel een mooier verhaal voorgespiegeld dan de harde werkelijkheid. Dat leer ik als ik enkele weken na mijn reis stuit op een tentoonstelling over naoorlogse landverhuizers in het Openluchtmuseum in Arnhem. De Nederlandse overheid deed een flinke duit in het zakje om inwoners overzee te sturen. Woningschaarste en de Watersnoodramp droegen het hunne bij. „En”, vertrouwt een immigrantenzoon me hardop denkend toe, „zou de angst voor de Russen bij mijn ouders niet hebben meegespeeld?”

In Zuid-Ontario breng ik de eerste helft van mijn reis door, begin september. Als ik op een middag het Village Restaurant & Pizzeria in Norwich binnenwandel om wat vragen te stellen, ontmoet ik Jake VanManen (86), die op zijn maaltijd wacht. Hij blijkt uit hetzelfde Veluwse dorp als ik afkomstig te zijn, en woont al 74 jaar in Canada. Een appartement in Stillwaters, een nieuw christelijk appartementencomplex voor 65-plussers aan de rand van Norwich, is nu zijn thuis.

VanManen laat me graag wat van de omgeving zien. Hij stapt in bij mijn gehuurde Mazda 3 –die in het niet valt tussen de vele pick-ups– en wijst de weg. Huis aan huis weet hij wie er woont. Vaak familie: de VanManens zijn de grootste Nederlandse familie in Norwich en omgeving, vertelt hij. „Hier woont een Hollander; daar heb ik vroeger gewoond. Hier is het verlopen boeltje van een Canadees.” Of je ook kunt herkennen waar de Hollanders wonen? Lachend: „Jawel, dat ziet er vaak een stuk netter uit, hoewel dat ook voor sommige Canadezen geldt.”

Een groot deel van de refo’s verdient zijn geld in de bouw of een aanverwant vak

Wat er veranderd is in de afgelopen driekwart eeuw? „Toen we hier kwamen was het arm”, aldus VanManen. „We moesten hard werken. Inmiddels zit hier wel een beetje geld”, zegt hij in plat Veluws, met gevoel voor understatement. VanManen zegt geen woord te veel, zo wordt me duidelijk uit andere gesprekken en uit wat ik zie aan luxe auto’s en woningen. Dat komt mede doordat een groot deel van de refo’s zijn geld verdient in de bouw of een aanverwant vak, vaak als zzp’er. Daarnaast zijn er boeren, waartoe de eerste generatie immigranten voornamelijk behoorde. Het aantal hoogopgeleiden, zoals advocaten en dokters, is laag. In de uiterst westelijke provincie British Columbia, waar ook refo’s wonen, ligt dat nog het hoogst (zie ”De Canadese refo’s: wie, waar, hoeveel?”).

Betrouwbaar

In Ontario spreek ik ook met Henry (46) en Melanie (44) Breman, vader en moeder van zeven kinderen. Beiden zijn in Canada geboren, maar hun (groot)ouders zijn Nederlands. Achter hun fraai gelegen woning in Tillsonburg is Henry’s aannemersbedrijf –twaalf man personeel– gevestigd. Daarnaast houdt hij, voor de hobby, koeien voor het vlees.

Vader, moeder en kleine dochter in de fraai vormgegeven tuin van een huis.
Henry en Melanie Breman met hun dochter Olivia bij hun woning in Tillsonburg (Ontario). beeld RD

De Nederlanders staan in Canada bekend om hun harde werken en hun betrouwbaarheid, weet het echtpaar. Henry: „Ik krijg veel werk vanwege onze Nederlandse afkomst. Maar tegelijk letten de Canadezen op ons, hoe we leven. Ze weten dat we naar de kerk gaan”, aldus het lid van de Netherlands Reformed Congregation (NRC, gereformeerde gemeente) in Courtland.

„Dat we meerdere vriezers hebben om voedsel in te bewaren, is typisch Canadees”

Melanie Breman (44), moeder uit Ontario

De „koffie met gebakkie” die ik bij de Bremans krijg, is een Nederlandse gewoonte die overzee bewaard is gebleven, vertelt Henry. Melanie: „We eten graag zelfgemaakt voedsel, zoals aardbeienjam. Dat hoort ook echt bij de Nederlanders. Maar dat we meerdere vriezers hebben om voedsel voor langere tijd in te bewaren, is weer typisch Canadees.”

De jongste Breman, Olivia (5), drentelt rond. Ze bezoekt om de dag de kleuterafdeling van de Rehoboth Christian School in Norwich. Ouders Breman hebben een duidelijke mening over opvoeding. Henry: „Je moet een hechte gemeenschap vormen. Het belangrijkste is dat je tijd voor je kinderen neemt, dat het ”gezellig” (het gesprek is in het Engels, maar hier gebruikt hij het Nederlandse woord, KvdB) is. Daarom willen wij geen smartphones binnen in huis.” Melanie: „En al helemaal niet op de slaapkamer.”

Dat sociale media de grootste uitdaging zijn voor de refogemeenschap en zeker in de opvoeding, is iets wat ik vaker hoor. In een eerder artikel in het Reformatorisch Dagblad schreef ik over het beleid van de Rehobothschool: ze vragen ouders om kinderen onder de 16 geen smartphone te geven. Een goed ideaal, maar de praktijk is weerbarstig, mailt een lezer uit Ontario me naar aanleiding van dat artikel. „Bij veel gezinnen lukt het niet om dit te handhaven.”

Dat zou in Nederland natuurlijk ook gelden, maar het hangt misschien ook samen met de jonge leeftijd waarop Canadese refo’s zelfstandig worden. Autobezit vanaf 16 jaar is normaal, een bijbaan hebben de jongelui dan vaak al. Een lange verkeringstijd –bijvoorbeeld vanwege studie– is niet zo gebruikelijk. Velen, zeker in Alberta en Ontario, gaan op hun 18e, na de middelbare school, fulltime werken, wordt me verteld.

Op meerdere plaatsen leverde het vaccinatievraagstuk in coronatijd flinke spanningen op

Vaccinatie

Een hechte gemeenschap vormen en zo je identiteit bewaren, dat lijkt het geheim van de Nederlandse refo’s in Canada. Maar in zo’n groep ontstaat soms ook heftige spanning. Een thema als vaccinatie kan daarvoor zorgen. Op meerdere plaatsen, zowel in Ontario als in Alberta, leverde het vaccinatievraagstuk in coronatijd flinke spanningen op, niet het minst in enkele NRC-gemeenten, zo wordt me meermaals verteld.

Dat de coronatijd ook op een andere manier zijn sporen trok, blijkt als ik op zaterdagavond boodschappen doe in de supermarkt Foodland in Norwich. Terwijl ik me verbaas over het Hollandse schap met Honig-soepen en Wilhelminapepermunt, hoor ik Nederlandse stemmen. Ik raak aan de praat met twee gepensioneerde dames, die al tientallen jaren in Ontario wonen. Ze luisteren nog regelmatig Nederlandse preken. Het Reformatorisch Dagblad lezen ze niet, in tegenstelling tot verschillende andere Canadese refo’s. Ik krijg het advies Epoch Times te lezen. „Dat is het echte nieuws.”

Die uiterst rechtse krant verspreidt –onder meer– complottheorieën. Staan Canadese refo’s daar open voor? Volgens een kenner uit de gemeenschap, die hierover liever niet onder naam spreekt, verschillen de meningen. „Onze mensen zijn er wel vatbaar voor. Corona en sociale media hebben daarin niet meegeholpen. Sowieso heerst er een bepaald wantrouwen tegen instituties, zeker tegen de grote kranten. Niet altijd onterecht: het belangrijkste Canadese medium, CBC, wordt gefinancierd door de overheid en is liberaal.” Die achterdocht geldt ook medische autoriteiten. „Veel mensen bezoeken liever een alternatieve genezer.”

Canadese refo’s zijn dus behoudend en wantrouwig richting de –in Canada zeer liberale– nationale overheid. Dat conservatisme kan verklaard worden door die hechte gemeenschapsvorming. Dat laatste is in Canada niet problematisch: de cultuur in dit land is een mozaïek van groepen die de afgelopen eeuwen vanuit Europa overstaken. Tel daarbij op dat de gemiddelde emigrant van nature graag zelfstandig opereert.

Tegelijk vindt dat conservatisme van de reformatorischen steun in de Noord-Amerikaanse cultuur, waar politiek en ethisch conservatisme sterk aanwezig is. Ik krijg in elk geval het vermoeden dat kerkgangers uit bijvoorbeeld de Canadese zusterkerken van de Gereformeerde Gemeenten en de Christelijke Gereformeerde Kerken gemiddeld rechtser van opvattingen zijn dan leden van die Nederlandse pendanten. Een thema als, bijvoorbeeld, homoseksualiteit open op tafel leggen is overzee minder vanzelfsprekend dan in Nederland.

„Vooral onze arbeidsethos is bekend: Nederlanders werken crazy hard”

Makyla Groeneweg (18), studente uit Ontario

Engelstalig

Een van de vragen waarmee ik op Schiphol in het vliegtuig stapte, is: voelen refo’s in Canada zich vooral Canadees of Nederlands? Het antwoord dat ik krijg, verschilt per persoon: de oudere generatie voelt zich nog steeds de Nederlander in Canada, terwijl de derde of vierde generatie het Nederlands vaak niet meer spreekt. Hoewel sommige gezinnen erin investeren om de band met het oude vaderland levend te houden. Voor Henry Breman –net als zijn vrouw Melanie Engelstalig opgevoed– is de vraag of hij zich vooral Nederlands of Canadees voelt, niet zo relevant. „Dat we naar de kerk gaan, is fundamenteel voor onze identiteit.”

Meisje van 18 voor een kast met nieuwe boeken.
Makyla Groeneweg (18) werkt in The Norwich Bookshop. beeld RD

Ook Makyla Groeneweg (18) spreekt geen Nederlands. De studente biologie en Engels in de stad Hamilton –ze wil lerares worden op de Rehobothschool– staat achter de balie van The Norwich Bookshop, gerund door NRC-leden. Haar vader emigreerde als kind vanuit Nederland naar Canada. Hoewel ze de taal van haar grootouders niet leerde, voelt ze zich vooral Nederlands. „Vergeleken met Canadezen, ook de christenen hier, zijn wij echt anders. Vooral onze arbeidsethos is bekend: Nederlanders werken crazy hard.”

Tegelijk: als een refogezin uit Nederland op bezoek is in haar kerk, pikt Makyla ze er meteen uit. „Zij dragen niet altijd een pak met stropdas, dat doen onze mannen hier wel. Maar vergeleken met Canadezen zien we er juist weer Hollands uit.”

Dat laatste valt mij ook op, als ik ’s zondags in een NRC kerk: hoe komen ze aan de mode die ik ook in mijn thuisomgeving zie? „Er wordt ontzettend veel heen en weer gevlogen en dus gekocht”, vertelt Truus Roos uit Brownsville me. „Twee winkels in Norwich importeren en verkopen kleding uit Holland en gaan dus met de mode daar mee. Maar duur is het wel.”

De boekwinkel waar Makyla werkt, verkoopt christelijke lectuur. Behalve Engelse klassiekers en puriteinse theologie staan er Nederlandse kinderboeken, zoals ”Snuf de hond” van Piet Prins. Allemaal in Engelse vertaling, vaak van uitgeverij Inheritance. Ook in reformatorische boekwinkels in de provincie Alberta zie ik Prins, W.G. van de Hulst, C. van Rijswijk en A. Vogelaar-van Amersfoort staan. Op dit punt is er blijkbaar nog duidelijk verbinding met het oude vaderland.

Onverharde wegen

De tweede helft van mijn reis verblijf ik in het westelijk gelegen Alberta. Dat is vanwege haar olie de rijkste provincie van het land en is uitgestrekter en vlakker dan Ontario, mede door het landklimaat. Ook hier geldt dat de refo’s –eveneens veel boeren en vaklui– het inmiddels prima gemaakt hebben, maar het straalt er minder vanaf. In Ontario ogen kleding, huizen, tuinen en auto’s netter dan wel luxer – gemiddeld gesproken. In Alberta heeft je auto wassen trouwens ook weinig zin vanwege de vele onverharde wegen.

„Als hier een probleem is met iemand die we van diefstal verdenken, lossen de Nederlanders dat zelf op”

Marvin Fieret (28), vader uit Alberta

„In Alberta maakt het ons oprecht niet uit wat een ander over je denkt”, zegt Heleen Fieret (28) uit Fort Macleod. „In Ontario is dat meer.” Niet dat refo’s in Alberta slordig zijn, trouwens. Als Heleens man Marvin (28) op zaterdag nog even zijn gras maait voor de zondag, kijken zijn buren hem verbaasd aan.

Alberta als geheel lijkt wat eigenzinnig te zijn, gericht op zelfstandigheid. Geluiden om zich af te splitsen van Canada klinken er regelmatig. „Het zijn daar cowboys”, vertelt een man uit Ontario me lachend. Marvin: „Als hier een probleem is met iemand die we van diefstal verdenken, lossen de Nederlanders dat zelf op middels een WhatsAppgroep. We pakken hem op en leveren hem uit aan de politie, inclusief foto’s met bewijs.”

De Fieretten –ze hebben drie kinderen van 0 tot 5 jaar– zijn aangesloten bij de Free Reformed Church (FRC, christelijke gereformeerde kerk) in Monarch. Ook zij kennen Nederlandse eetgewoonten, zoals soep op zondag, oliebollen met oudjaar en frikandellen. Maar ze sluiten zich eveneens aan bij de Noord-Amerikaanse cultuur. Marvin: „Iedereen heeft hier een barbecue. En alle vriezers zitten vol met biefstuk.” Heleen: „In Holland hebben jullie geen idee wat vlees is. En we ontbijten vaak uitgebreid, met spek en eieren.”

Heleen is ”post partum doula”, ofwel kraamverzorgster. Dat typisch Nederlandse fenomeen begint in Canada op te komen. Zelf heeft ze dertien broers en zussen; ze hielp al verschillende (schoon)zussen na bevallingen. Haar vader Theo VanEe emigreerde in 1982 vanuit Kootwijkerbroek naar Alberta en zette er het daar bekende bouwbedrijf Westco op. Na de jaren vijftig zijn er nog enkele emigratiegolven geweest, maar de laatste decennia zijn er nog sporadisch Hollandse refo’s die zich overzee vestigen. Trouwens, ook daar stijgen de huizenprijzen, zeker in plaatsen rond de reformatorische kerken.

Heleen spreekt, ook met haar kinderen, nog veel Nederlands. Ook de „prulletjes” die hier en daar in huis staan, verraden haar afkomst. „In Holland zijn ze veel decoratiever ingesteld.” De box voor haar baby komt eveneens van overzee. „Je kunt in Canada niet eens een box kopen.”

Kerkmuren

Conservatief, op zichzelf gericht: het heeft als voordeel dat je minder beïnvloed raakt door de wereld. Keerzijde is dat de kerkmuren vrij hoog zijn. Hoewel, de moeizame verhouding tussen NRC, de Gereformeerde Gemeenten dus, en de Reformed Congregations in North America (RCNA, Gereformeerde Gemeenten in Nederland) is de laatste jaren flink verbeterd, begrijp ik van verschillende mensen.

Dat beide kerkverbanden samenwerken in bijvoorbeeld Bethany Care Home in Norwich –de vrouw van Jake VanManen woont er vanwege haar zorgbehoeften– illustreert dat. Aardig detail: de vleugels van het gebouw heten naar Nederlandse prinsessen.

Tussen de meer behoudende kerkverbanden enerzijds en de FRC en de HRC anderzijds bestaat nauwelijks contact

Tussen de meer behoudende kerkverbanden –de Canadese zusterkerken van de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland)– enerzijds en anderzijds de FRC en de Heritage Reformed Congregations (HRC), die in 1993 van de NRC afsplitsten, bestaat echter nauwelijks contact, begrijp ik van verschillende mensen (zie ”De Canadese refo’s: wie, waar, hoeveel?”). Overigens is er vanzelfsprekend ook binnen kerkverbanden kleurverschil tussen gemeenten.

Ds. J. (Jeff) Overduin (38) uit Alberta zegt de scheidslijn tussen genoemde twee ‘minizuilen’ te herkennen. „We hebben allebei onze eigen scholen.” Tegelijk telt zijn gemeente in Monarch, een van de grootste FRC-gemeenten, veel voormalige NRC-leden. Heleen Fieret: „Zo’n twintig jaar geleden werd het als een groot probleem gezien wanneer je van NRC naar FRC overging. Je kon dan zo buiten de familie komen te staan. Dat is nu wel minder.”

Behalve accentverschillen in prediking en theologie zal een buitenstaander tussen beide zuilen vooral verschil zien in uiterlijkheden. Een broek voor dames in het dagelijks leven is in de FRC bijvoorbeeld minder problematisch dan in de NRC. Assimilatie met de Canadese cultuur gaat in de laatstgenoemde kerk vermoedelijk minder snel dan in de eerste. Maar ds. Overduin benadrukt ook graag de overeenkomsten. „De Drie Formulieren van Enigheid, de wezenlijke zaken van het Evangelie, delen we met elkaar.”

Ds. Overduin: „In de kerken met Nederlandse wortels, zoals onze FRC, is meer formaliteit, ook in kleding. Al wordt het ook hier meer casual. De evangelische kerken in Canada zijn doorgaans wat makkelijker. Eén keer naar de kerk is daar normaal. In onze FRC worstelen we wel met gezinnen die maar één keer willen komen.”

Hoewel afkomstig uit een emigrantenfamilie spreekt ds. Overduin geen Nederlands en is hij nooit in Nederland geweest. „De oudere predikanten in de FRC voelen nog duidelijk een band met onze zusterkerken, de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), maar de jongere minder. Wat er nu in de CGK gebeurt, zien we vooral als een les voor ons.”

Pridevlag

Tijdens mijn rondreis in twee provincies spreek ik gezinnen, schooldirecteuren, predikanten –verschillenden uiten zich positief over de kerkelijke betrokkenheid van twintigers en dertigers– en mijn gastgezin in Alberta. Maar ook met mensen op straat. Want hoe denken de overige Canadezen eigenlijk over de refo’s in hun midden? Aidn Haley en Jackson Hackney, twee zestienjarige jongens in Tillsonburg (Ontario), hebben een positief beeld. „De Nederlandse reformatorischen zijn prima geïntegreerd, werken hard, hebben vaak bedrijven.” Jackson werkte zelf voor een Nederlandse boer.

Een paar jaar geleden haalde iemand uit de reformatorische gemeenschap een pridevlag naar beneden bij het gemeentehuis van Norwich. Hoe kijken de jongens terug op de ophef die dat veroorzaakte? „De meeste mensen hier vonden het wel een goede actie. Hier in Zuid-Ontario zijn de mensen sowieso conservatief, anders dan in de stad Toronto.”

„De refo’s zijn aardige mensen, zeker, maar ze zijn wel erg op zichzelf”

Lammie Hummel (72), vrouw uit Alberta

In Nobleford (Alberta) staan Lucas (73) en Lammie (72) Hummel –beiden hebben Nederlandse wortels– te schilderen bij het kerkgebouw van hun gemeente, de Christian Reformed Church. Dat kerkverband is verwant met de vroegere Gereformeerde Kerken in Nederland. Lucas: „We denken anders over genade en geloofszekerheid dan de reformatorische kerken.” De gemeente in Nobleford dateert van 1905.

De Nederlandse taal en gewoonten zijn beter bewaard gebleven in de reformatorische kerken in Canada, denkt Lammie. „De families daar kwamen allemaal pas na de oorlog hierheen.”

Lucas Hummel heeft als boer altijd veel contact gehad met NRC-mensen. „Ze willen altijd helpen als dat nodig is.” Lammie: „Het zijn aardige mensen, zeker. Maar ze zijn wel erg op zichzelf, ze steunen allereerst hun eigen bedrijven. Ze willen niet door de wereld besmet worden. En dat is ook goed, als je je geloof wilt bewaren.”

Land der belofte

Wie zijn de Nederlandse refo’s in Canada? Het is niet eenvoudig om daar, na een week vol indrukken, een rechtstreeks en precies antwoord op te formuleren. Na 75 jaar zijn ze in elk geval nog duidelijk herkenbaar als de ”Dutch Reformed”, vanwege hun gewoonten, levensstijl en arbeidsethos. Maar als een derde- of vierdegeneratie-immigrant zou terugverhuizen, zou die er een zware dobber aan hebben om in Nederland te integreren. Canada ligt in Noord-Amerika, niet in Europa.

Of ik in Canada wil gaan wonen, vragen verschillende mensen me na terugkeer. Al is het land prachtig om te zien, redenen voor emigratie heb ik niet. Wel vallen me de rust en behulpzaamheid van Canadezen op en zie ik al tijdens mijn reis op tegen terugkeer op Hollandse bodem, waar alles opgepropt is en gehaast.

Maar landen der belofte, die bestaan op aarde niet. Ook in Canada worden refo’s niet gelukkig van uiterlijke omstandigheden, maakt een predikant die ik na een zondagse dienst ontmoet me duidelijk. „Schrijf maar op dat we het hier van de prediking van Christus’ offer moeten hebben.”