De oudste Canadese gereformeerde gemeente bestaat 75 jaar: van arme boeren tot welvarende bouwvakkers
In 75 jaar is er veel veranderd in de oudste en grootste ”gereformeerde gemeente” (gg) van Canada, die te Norwich (Ontario). De gemeente groeide, armoede verdween, het Nederlands werd minder. Toch zijn de banden met het vaderland nog merkbaar.

Voor het jubileuminterview melden zich eind augustus vier ambtsdragers in de pastorie van ds. E. Hakvoort: drie van de acht ouderlingen en de predikant zelf, die er sinds 2012 staat. Hij is inmiddels gewend aan het land en spreekt vloeiend Engels. „Drie van onze vier kinderen zijn hier getrouwd.”

De Canadese gemeenten van de Netherlands Reformed Congregations (NRC), de Noord-Amerikaanse zusterkerken van de Nederlandse Gereformeerde Gemeenten, ontstonden toen na de Tweede Wereldoorlog veel Nederlanders naar het land emigreerden. In het zuiden van de provincie Ontario kwamen onder andere Barneveldse families terecht: Jansen, Van Manen, Veldhuizen.
Aan het ontstaan van de eerste NRC in Canada is de naam van W.C. Droogers verbonden, die in 1947 in Ontario aankwam. Melkveehouder en ouderling R. (Rob) Fallowfield –zijn achternaam verraadt de Canadese afkomst van zijn vader– is zijn kleinzoon. „Mijn grootmoeder wilde pas mee toen ds. Lamain het beroep naar Grand Rapids (Verenigde Staten) aannam. Op de kaart leek dat dicht bij Ontario. Ze hadden geen idee van de enorme afstanden hier.”

Catechese
Ds. W.C. Lamain uit Grand Rapids institueerde de gemeente op 22 oktober 1950 te Otterville vanuit Zacharia 4:10. Het huidige kerkgebouw in Norwich dateert uit 1968 en werd later verschillende keren uitgebreid. In 2019 werd een afdeling geopend in het zuidelijker gelegen Courtland. Vier jaar later werd die zelfstandig.
Tegenover het kerkgebouw, aan het kerkplein, staat de Rehoboth Christian School. Ouderling J. (John) VanVliet –zijn ouders emigreerden in 1953 vanuit Den Haag– was er jarenlang docent. Hij komt er nog steeds, om te catechiseren. „De gezinnen wonen in de wijde omtrek van de kerk. Daarom is besloten de catechese op school te geven.”
Dat hij daarmee ook kinderen uit de nabijgelegen oud gereformeerde gemeente in Nederland en gereformeerde gemeente in Nederland catechiseert, illustreert de goede verhoudingen met die kerken. Het Bethany Care Home voor ouderen, naast de kerk, ontstond uit een samenwerking van de gemeente met diezelfde twee kerkverbanden. Met de in de jaren negentig afgescheiden Heritage Reformed Congregations zijn er juist nauwelijks contacten.
VanVliet toont zich op de hoogte van de geschiedenis van de gemeente. „De eerste immigranten waren extreem arme boeren. Veel van hen konden na vijf jaar hard werken echter een eigen boerderijtje kopen.” De arme tijd is nu ruim voorbij. Veel ‘Hollanders’ werken in de bouw, vaak als zzp’er. „Als er hier iets aan de kerk moet gebeuren, staan gemeenteleden klaar om te helpen of geld te geven.”
Orgelspel
Een verschil met vroeger is ook dat het Nederlands minder functioneert. Fallowfield spreekt het niet, evenmin als veel jongeren. Ds. Hakvoort: „Toch is de gemeente nog best wel Hollands. Veel leden reizen nog regelmatig naar Nederland.” VanVliet: „In de jaren zeventig en tachtig kwamen er ook nog veel emigranten uit Holland.”
Dat Hollandse blijkt een dag later wel tijdens de avonddienst: behalve de Engels taal en het zingen van Psalters is er weinig verschil merkbaar met een kerkdienst in een Barneveldse gg, in bijvoorbeeld prediking, orgelspel –in Pieter Heykoop-stijl– en de piekfijne kleding.
De gemeente van 1689 leden heeft verschillende verenigingen en kenmerkt zich door een behoudende inslag. Is er geestelijke vrucht merkbaar? Ouderling W. (Bill) Pas, die de gemeente al 45 jaar dient en parttime pastoraal werker is: „De Heere werkt ook hier. Ik kom best vaak mensen tegen die troost of onderwijs ontvangen in de prediking, ook onder de leespreken.”
Ds. Hakvoort: „Vooral onder jonge gezinnen merk ik een bepaalde teerheid. Ze zien in dat de toegenomen welvaart niet alles is. En in coronatijd waren sommige gezinnen zo moe van de sociale media dat ze die wegdeden. Dat gaf ze rust om bijvoorbeeld goede boeken te lezen.”





















