Canadese ”refo” Jonathon Van Maren strijdt voor christelijke waarden: „Abortus belangrijkste onderwerp westerse cultuur”
„We leven in fascinerende en angstaanjagende tijden”, vindt de Canadees-Amerikaanse schrijver Jonathon Van Maren. In de cultuurstrijd die hij waarneemt, verdedigt hij christelijke waarden. De twee grootste gevaren? Abortus en pornografie.

Journalist en prolifeactivist Jonathon Van Maren (37) is een bibliofiel. De boekenkasten in de kelder van zijn huis in Ontario (Canada) zijn een goudmijn van geschiedenis, filosofie en theologie. Daartussen zijn historische artefacten tentoongesteld, zoals een originele titelpagina van ”A Faithful Narrative” van de Amerikaanse opwekkingsprediker Jonathan Edwards.
Daaronder hangt een portret van William Wilberforce, activist voor de afschaffing van slavernij. Die is het grote voorbeeld voor het Canadian Centre for Bio-Ethical Reform (CCBR), waar Van Maren werkt als directeur communicatie.
Hij sloot zich na zijn studie geschiedenis bij de antiabortusorganisatie aan. „Tijdens mijn eerste jaar op de universiteit noemde mijn docent abortus een goede zaak. Ik wist niet hoe ik erop moest reageren. Ik ging op zoek naar argumenten en zag in een abortusvideo hoe een baby uit elkaar getrokken werd. Ik dacht: als dit in mijn land gebeurt, dan bepaalt dat mijn verhouding tot dit land.”
Grote zorgen
Van Marens bibliotheek maakt ook de Nederlandse wortels van zijn familie zichtbaar: een herdenkingspenning uit 1584 van de moord op William van Oranje, originele bonkaarten uit de Tweede Wereldoorlog en vertaalde jeugdboeken van W.G. van de Hulst en Piet Prins. Hij houdt een kinderboek over Michiel de Ruyter omhoog: „Hij was de held van mijn kinderjaren.”
Dagelijks volgt de conservatieve denker, lid van de Noord-Amerikaanse zusterkerken van de Gereformeerde Gemeenten, de culturele ontwikkelingen in de twee landen waarvan hij staatsburger is, Canada en Amerika, en die van de westerse cultuur in het algemeen. Die baren hem in moreel opzicht grote zorgen. Hij mengt zich in het publieke debat door zijn website en boeken en via verschillende media.
Van Marens recentste podcast ging, hoe kan het anders, over Charlie Kirk. Hij noemt hem „een verdediger van het prolifestandpunt, van het christendom, van aspecten van het conservatisme en vooral van het huwelijk, vaderschap en echte mannelijkheid – en dat innemend en met respect tegenover zijn tegenstanders”.
In zijn uitingen wil Van Maren aandacht vragen voor thema’s „die de reguliere conservatieve media deels over het hoofd zien, zoals abortus. Terwijl ik denk dat dat het belangrijkste morele onderwerp is voor de hele westerse cultuur.”
Waarom abortus?
„Omdat dat het duidelijkste bewijs is dat we weer heidens worden, of eigenlijk nog erger. Ik was onlangs in Peru, waar de Inca’s vroeger kinderoffers brachten. Onze gids zei: „Ze offerden kinderen omdat dat voor hen het waardevolste was wat ze aan hun goden konden geven.” Maar in onze cultuur worden kinderen weggedaan alsof ze niets waard zijn.
Als in het Oude Testament staat dat God een land veroordeelt, is een belangrijke reden vaak dat ze hun kinderen doden. In Canada doen we dat 300 keer per dag. Het is een nationale zonde waarvoor we een nationaal oordeel kunnen verwachten.
Ik vrees dat ook christenen niet altijd doorhebben hoe erg abortus is: dat baby’s worden onthoofd en uiteengerukt in de baarmoeder. Ik denk dat dat in Europa nog meer een probleem is dan in Canada. Hier krijgen we veel steun voor ons prolifewerk. In Nederland klinkt het, ook onder christenen, niet zo positief als je een prolifeactivist bent.”
CCBR, waarvoor u werkt, kiest een confronterende benadering, door op straat heftige foto’s te tonen van geaborteerde kinderen. Dat doen lang niet alle prolifeorganisaties.
„Onze strategie is gebaseerd op hoe historische bewegingen met onrecht omgingen, zoals die voor de afschaffing van slavernij. Alle succesvolle sociale hervormingsbewegingen gebruikten beelden. We proberen te doen wat werkt. Daarom vind je op onze website ook niet meteen een verwijzing naar de christelijke achtergrond van CCBR. We proberen alle Canadezen te bereiken en slechts 11 procent van hen bezoekt regelmatig een religieuze dienst. Inmiddels zagen we bij duizenden Canadezen hun mening veranderen, alleen al door onze straatgesprekken. We houden de effecten daarvan namelijk bij.”
Een ander thema dat u veel bezighoudt is de strijd tegen pornografie.
„Pornografie vergiftigt onze cultuur. Ik denk dat we het moeten verbieden. Verschillende westerse overheden beginnen al maatregelen te nemen. Pornografie is ook de grootste interne bedreiging voor christelijke gemeenschappen, omdat het ongelooflijk verslavend is. Niemand heeft het gevaar op deze schaal aan zien komen, maar inmiddels begint men zich ook onder ons te realiseren dat porno een groot probleem is.
Ik ben sinds 2011 op vrijwel alle reformatorische scholen in Canada geweest om erover te spreken. Ik laat jongeren altijd opschrijven wat ze erover denken. Daar lees ik dingen als: „Waarom vraagt mijn vriend me dit of dat te doen? Hij heeft dat op een pornofilm gezien.” Doorgaans wordt porno een probleem vanaf twaalf jaar.
Ik vind het vreemd dat we als christenen hier niet alerter op zijn geweest. We steken de kop in het zand. We geloven in de verdorvenheid van het menselijke hart. We weten waar pubers doorheen gaan. En dan denken we dat je een smartphone kunt hebben en nooit verleid wordt?”
Struisvogelpolitiek dus, vindt u. Waar zou dat vandaan komen?
„Ik weet het niet. Ik denk dat ook veel volwassenen verslaafd zijn aan hun telefoon, waarmee een gesprek over het beperken van technologie ons eigen comfort raakt. Het is bijzonder hoe snel we dingen als onmisbaar zien. Mijn voorstel is niet om terug te gaan naar 1955, maar naar 2005.
De introductie van de smartphone in 2007 heeft ons leven in beslag genomen. Ook vanwege de sociale media: Snapchat en Instagram vlakken de verschillen uit in de vorming van reformatorische kinderen en andere kinderen. Ze zien nu allemaal dezelfde reels.”
Wat is volgens u nodig?
„We moeten onze christelijke cultuur bewust overdragen aan de volgende generatie, anders verdwijnt die. Gemeenschappen hebben verhalen nodig die de mensen met elkaar verbinden. We zijn onderdeel van de wereldwijde kerk via onze eigen geschiedenis. Voor onze gemeenschap zijn de Reformatie en de Hollandse oudvaders belangrijk. Via die verhalen dragen we de kern van het christelijke geloof over.
Niet één cultuur kan uit zichzelf overleven in de moderne tijd waarin alles vloeibaar is. Daarom moeten we grenzen bewaren. Columnist Ross Douthat heeft in The New York Times geschreven dat onze cultuur uitsterft als we niet blijven lezen.
In Europa zeggen veel mensen dat islamitische immigranten de cultuur stukmaken. Maar de Europese identiteit gaat ten onder doordat Europeanen zelf niet meer naar de kerk gaan.
Hier in Ontario zijn kerken waar in de achttiende eeuw een gezonde bevindelijke prediking klonk en waar nu pridevlaggen hangen. De grote anglicaanse en katholieke kerken zijn meegezogen in de seksuele revolutie. Het is arrogant om te denken dat dit onze kerken niet kan overkomen.”
U constateert een ”culture war”, een cultuuroorlog. Suggereert die term geen schijntegenstelling tussen conservatief en liberaal? In het rechtse kamp bevinden zich ook mensen voor wie christenen moet uitkijken: cultuurchristenen, extreemrechtsen…
„Het hangt ervan af wat je als conservatief definieert. Neem de Make America Great Again-beweging in Amerika. Die vind ik niet conservatief, meer een persoonlijkheidscultus. Ik zeg weleens dat JD Vance elke ochtend wakker wordt zonder te weten wat hij vandaag gaat verdedigen, maar hij weet wel dát hij het gaat verdedigen.
Het woord cultuuroorlog wordt vaak in afkeurende zin gebruikt. Wat ik ermee bedoel is: elke Europese en westerse samenleving was ooit fundamenteel gebaseerd op christelijke waarden. Zelfs de Amerikaanse Revolutie had het christendom nodig om het project te onderbouwen: „We houden voor vanzelfsprekend dat alle mensen gelijk zijn geschapen.” Dat is alleen vanzelfsprekend als je de Bijbel voor waar houdt.
Vanaf de jaren zestig zijn de waarden van Schriftuurlijke openbaring vervangen door die van seksuele revolutie. Dat gebeurt in scholen, rechtbanken, regeringen, in onze vrije tijd. De publieke ruimte wordt gegeven aan lhbti-activisten. Elk jaar in juni wordt de pridevlag gehesen bij de Canadese parlementsgebouwen. Een vlag is een verklaring van veroverd grondgebied.”
U schrijft positief over Donald Trump. Veel Nederlandse christenen zien hem als een onbetrouwbare en immorele president.
„Nederlandse vrienden vroegen mij: Hoe kun je ooit op Trump stemmen? Maar veel Europeanen beseffen niet dat de Verenigde Staten het enige westerse land zijn waar het abortusdebat nog open is. Doordat het recht op abortus in 2022 is teruggedraaid, werd abortus in dertien Amerikaanse staten in één keer illegaal. Dat is zeer bemoedigend. Daardoor worden duizenden baby’s per jaar gered, laten data zien. En dat dankzij de rechters die Trump heeft aangesteld in het hooggerechtshof. Stel dat Hillary Clinton in 2016 gewonnen had, dan zou abortus voor jaren legaal zijn geweest.
Ik volg Trump al vanaf het begin. Ik ben bij zijn beide inauguraties geweest. Ik denk dat hij grof, onchristelijk, immoreel en narcistisch is. Maar tegenover Kamala Harris is hij de voor de hand liggende keuze. Zij was de eerste die als vicepresident van Amerika een abortuskliniek bezocht. Ze steunt de lhbti-agenda.

Eerlijk gezegd verwachtte ik niet eens dat Trump na zijn aantreden ook meteen prolifebeslissingen zou nemen. Ik ben verrast hoeveel hij al wel gedaan heeft.”
Door onder meer zijn omgang met rechters en de pers zou Trump de constitutie ondermijnen.
„Men zegt dat Trump de overheid bewapent om zijn tegenstanders te straffen. Maar Joe Biden zette mensen gevangen die bij abortusklinieken protesteerden. Drie dagen voor Trump president werd, verklaarde Biden plotseling dat de Equal Rights Amendment, een feministisch project dat geen meerderheid kreeg in het parlement, nu onderdeel is van de Grondwet.
Trump doet dit soort dingen ook veel. Hij ontziet niets wat hem in de weg staat. Veel kritiek op hem is terecht, maar vaak is die kritiek even terecht voor Democratische presidenten.
In Polen gebeurt hetzelfde. Premier Tusk probeert toegang tot abortus erdoor te drukken, hoewel het parlement twee keer tegenstemde. Ik denk dat in de toekomst beide kanten –conservatief en progressief– zware tactieken zullen gebruiken om hun doel te bereiken, en dat hoeven we niet fijn te vinden.
Wat me frustreert, is dat Europese christenen Trump bekritiseren omdat hij normen schendt. Maar over welke normen hebben we het dan? Het westerse systeem is overgenomen door niet-christelijke krachten en de lhbti-beweging. Wat progressieve politici voorstaan is verschrikkelijk. Ze zeggen dat meisjes jongen kunnen worden voordat ze oud genoeg zijn om te rijden, te drinken of te stemmen. Maar als die politici ondertussen een pak dragen en fatsoenlijk spreken, zeggen we: „We zijn het ermee oneens, maar ze schenden geen normen.”
Trump verdedigt de normen van duizenden jaren, maar schendt andere. De vraag is welke normen voor christenen het belangrijkst zijn. Europese christenen herschikken naar mijn idee de stoelen op het dek van de Titanic. De Amerikanen vechten tenminste.”











